Gratis verzending vanaf €50 (BE & NL)
Binnen 2-3 werkdagen in huis
Respect voor de natuur
|
Rechtstreekse handel
|
Onovertroffen kwaliteit
|
Community support
Portugal en thee: het is een combinatie die weinigen verwachten. Toch is de Azoren de oudste theeregio van West-Europa, met een geschiedenis die teruggaat tot 1883. In 2011 kwam daar een plantage op het vasteland bij. Samen vertellen ze een verhaal van historisch erfgoed en modern vakmanschap."
Verschillende Europese landen produceren thee. Georgië, ooit de vierde grootste producent ter wereld, maakt na de ineenstorting van de Sovjet-Unie een langzame comeback. Turkije is een grootmacht met meer dan een miljoen ton per jaar uit de Rize-regio. In Groot-Brittannië opende Tregothnan Estate in Cornwall in 2005 de eerste commerciële plantage, en ook in Schotland, Nederland, Frankrijk en Zwitserland ontstaan kleinere initiatieven.
Wat Portugal onderscheidt, is de lange, ononderbroken traditie. Gorreana op de Azoren is de oudste nog werkende theetuin van West-Europa en produceert al meer dan 140 jaar zonder onderbreking.
Voordat Portugal zelf thee ging telen, speelde het land al een cruciale rol in de verspreiding ervan naar Europa. Sinds de zestiende eeuw importeerden Portugese handelaren thee uit hun kolonie Macau. In de Portugese adel werd het dagelijks gedronken, lang voordat het elders in Europa populair was.
In 1662 trouwde de Portugese prinses Catarina de Bragança met de Engelse koning Charles II. Aan het Engelse hof introduceerde ze haar dagelijkse theeritueel, waar het al snel een statussymbool werd onder de adel. Die Britse passie voor thee zou later leiden tot plantages in Sri Lanka en Malawi.
In de negentiende eeuw stond São Miguel vooral bekend om zijn sinaasappelteelt. De vrucht vormde het belangrijkste exportproduct van het eiland, tot rond 1864 een plaag vrijwel alle plantages verwoestte. De lokale economie stond onder druk en alternatieven werden gezocht. Naast tabak, zoete aardappel en ananas kwam ook de theeplant in beeld.
In 1860 importeerde José do Canto, oprichter van de Sociedade Promotora da Agricultura Micaelense, de eerste zaden uit Brazilië. De teelt kwam moeizaam op gang: families plantten wel, maar wisten niet hoe ze de plant moesten verzorgen en verwerken. In 1878 huurde de vereniging daarom twee Chinese experts in uit Macau: Lau-a-Pan, een ervaren theemaker, en zijn tolk Lau-a-Teng. Zij leerden de eilandbewoners hoe de plant gekweekt en verwerkt moest worden.
In 1883 produceerde Ermelinda Pacheco Gago da Câmara op haar landgoed Gorreana de eerste kilo thee. De diepe kleigrond, de hoge regenval en het vochtige klimaat bleken ideaal te zijn. Haar schoonzoon Jaime Hintze mechaniseerde later de productie. Sommige van die machines werken vandaag nog steeds, meer dan honderd jaar later.
Al meer dan 140 jaar produceert Gorreana zonder onderbreking: een unicum in West-Europa. De plantage beslaat ongeveer 13 hectare en levert jaarlijks tussen de 30 en 40 ton. Om de energiekosten laag te houden installeerde de familie een waterkrachtsysteem. Het was een cruciale beslissing die het bedrijf door economisch moeilijke tijden hielp. Dankzij het milde klimaat en de afgelegen ligging van het eiland zijn pesticiden niet nodig.
Gorreana maakt zowel groene als zwarte thee-varianten, waaronder de bekende Hysson en de Orange Pekoe Ponta Branca, hun premium zwarte thee.
Naast Gorreana ligt Porto Formoso, de tweede theetuin op São Miguel. De fabriek opende in de jaren twintig en sloot in 1980. In 2001 heropenden nieuwe eigenaren de plantage met als doel het theeerfgoed van de Azoren nieuw leven in te blazen.
Elk jaar op de eerste zaterdag van mei herleeft het verleden. Meer dan honderd deelnemers trekken negentiende-eeuwse klederdracht aan en plukken de theeblaadjes op traditionele manier. De dag eindigt met een toast op de nieuwe oogst. Het is een eerbetoon aan de vrouwen en kinderen die dit werk generaties lang hebben gedaan.
Op het hoogtepunt, rond 1850, telde São Miguel meer dan 300 hectare aan theeplantages met een jaarlijkse opbrengst van zo'n 250 ton. Daarna volgde een geleidelijke neergang. De Eerste Wereldoorlog verstoorde de handel, economische instabiliteit ondermijnde de investeringen, en beschermende tarieven gaven thee uit Mozambique voorrang.
Van alle fabrieken bleef alleen Gorreana actief. Porto Formoso sloot tijdelijk, maar keerde later terug. Samen vormen ze het laatste restant van een ooit bloeiende sector op de Azoren.
In 2011 plantten Nina Gruntkowski en Dirk Niepoort tweehonderd Camellia sinensis-struiken in hun tuin in Porto. Hun experiment kende succes en in 2014 verhuisden ze naar Fornelo, nabij Vila do Conde, waar ze een verlaten wijngaard ombouwden tot een theeplantage. Vandaag staan er meer dan twaalfduizend theeplanten op een terrein van bijna een hectare. In 2019 volgde de eerste commerciële oogst.
Chá Camélia is de enige commerciële theetuin op het Portugese vasteland. Met de hulp van Japanse meesters Haruyo en Shigeru Morimoto ontwikkelde het project een eigen aanpak waarin Portugese terroir en Japanse traditie samenkomen. De productie blijft klein, ongeveer honderd kilo per jaar, maar de focus ligt volledig op kwaliteit en ambacht.
In het assortiment van Tea Kulture vind je verschillende theeën van Chá Camélia. Pipa Chá is een unieke oolong die zes maanden rijpt in gebruikte portvaten van wijngoed Niepoort. De infusie ontwikkelt tonen van gedroogd fruit, honing, chocolade en port. De smaak is rijk en gelaagd, met warme wijnachtige accenten.
Nosso Chá Nosso Chá groene thee-variant die op het Portugese vasteland is gemaakt. De blaadjes worden verwerkt volgens Japanse methoden en geven een heldere, frisse infusie met plantaardige tonen, subtiele zoetheid en een lichte zilte toets die doet denken aan de Atlantische kust. Luso Chá is een zomerpluk met grotere blaadjes en weinig cafeïne. De naam verwijst naar Lusitanië, de oude naam van Portugal. De smaak is mild en zacht, met plantaardige tonen en een vleugje zoetheid.
De productie in Portugal blijft klein in vergelijking met Azië of andere grote Europese spelers. Gorreana en Porto Formoso produceren samen minder dan vijftig ton per jaar. Chá Camélia haalt nog geen honderd kilo. Maar schaal is niet het ultieme doel. De Portugese tuinen bewijzen dat in West-Europa kwaliteitsthee kan ontstaan die gedragen is door een rijke historische traditie.
Door te kiezen voor ambacht, natuurlijke methoden en kleinschalige productie verdienen deze projecten terecht hun plek in het segment van specialty tea. Voor theeliefhebbers die waarde hechten aan herkomst en transparantie biedt Portugal precies dat verhaal: een product dat verbonden blijft met het landschap, de traditie en de mensen die het maken.