Naar inhoud

Winkelwagen

Je winkelwagen is leeg

India

India is na China de grootste theeproducent ter wereld. De productie concentreert zich in drie regio's die onderling nauwelijks iets gemeen hebben met elkaar: Assam in het noordoosten, een uitgestrekte warme laagvlakte gevoed door de Brahmaputra-rivier; Darjeeling in de Himalaya-uitlopers van West-Bengalen, koel en hoog gelegen; en de Nilgiri-heuvels in het zuiden van Tamil Nadu, op meer dan duizend meter hoogte in de mist. Elk van die regio's heeft zijn eigen klimaat en eigen verwerkingsmethoden.

Van wilde plant tot plantagelandbouw

Tegen het begin van de 19e eeuw was thee in Groot-Brittannië niet meer weg te denken uit het dagelijks leven, en China had het monopolie op de aanvoer. De East India Company, het Britse handelsbedrijf dat grote delen van het Indiase subcontinent bestuurde, wilde die volledige afhankelijkheid van China doorbreken en zocht naar geschikte gebieden om zelf thee te produceren.

Assam bleek veelbelovend: wilde theeplanten (Camellia sinensis var. assamica) groeiden er van nature en werden door de lokale Singpho-gemeenschap al generaties gebruikt. In de jaren 1820 stuitte de Schotse avonturier Robert Bruce op die planten. Na zijn dood bracht zijn broer Charles deze vondst onder de aandacht van de East India Company. De eerste commerciële aanplantingen kwamen op gang in de late jaren 1830, met de oprichting van de Assam Tea Company in 1839. Darjeeling volgde in de jaren 1840, de Nilgiri-heuvels in het zuiden in de jaren 1850 en 1860.

Die expansie had een keerzijde. Om de plantages te bemannen, werden arbeiders uit Bihar en andere afgelegen regio's naar Assam en Darjeeling gebracht onder een contractsysteem dat weinig vrijheid liet. De sociale erfenis daarvan, waaronder lage lonen en geïsoleerde plantages met beperkte toegang tot onderwijs en gezondheidszorg, is in delen van India vandaag nog steeds voelbaar.

Assam: de motor van de Indiase theeproductie

Assam vormt het hart van de Indiase theeproductie. De regio is het grootste aaneengesloten theegebied ter wereld en leverde in 2024 meer dan de helft van India's totale oogst. De theeplant gedijt prima in de hete, vochtige laagvlakte, gevoed door de moessons en de rijke riviergrond van de Brahmaputra-vallei.

Het overgrote deel van de Assam-thee wordt verwerkt via de CTC-methode (crush, tear, curl) waarbij cilinders de theeblaadjes tot kleine korrels persen. Het resultaat is een sterke infusie die de basis vormt van veel internationale ontbijtblends. Meer over het verschil tussen deze methode en orthodoxe thee lees je in Een inleiding in de wereld van thee.

Niet alle thee in Assam komt van grote plantages. Een aanzienlijk deel van de productie is afkomstig van kleine zelfstandige theeboeren die hun theeblaadjes verkopen aan naburige fabrieken voor verwerking. Deze groep is economisch kwetsbaar en staat zelden in de spotlights. Maar ze vormt wel een belangrijk onderdeel van de keten.

Darjeeling: thee op grote hoogte

Darjeeling ligt in West-Bengalen, in de uitlopers van de Himalaya, op hoogtes tussen 600 en ruim 2.000 meter. De 87 theetuinen zijn samen circa 17.500 hectare groot. Als eerste Indiase product ontving Darjeeling-thee een officiële herkomstbescherming (= GI-label): alleen thee uit dit afgebakende gebied mag de naam Darjeeling dragen. Net zoals alleen mousserende wijn uit de Champagne-streek in Frankrijk de naam Champagne mag dragen.

De 87 Darjeeling-tuinen produceren samen jaarlijks zo'n 8 à 9 miljoen kilo thee, terwijl wereldwijd een veelvoud daarvan als "Darjeeling" wordt verkocht. Namaak en misleidende etikettering zijn al decennia een probleem in de sector.

Kenmerkend voor echte Darjeeling-thee is het muscatel-aroma: een bloemige, licht fruitige geur die het gevolg is van een combinatie van het koele klimaat, het unieke terroir en de aanwezigheid van een specifieke bladluis (Empoasca flavescens of leafhopper) die de plant aanzet tot een bijzondere reactie.

De oogst verloopt in meerdere plukronden, flushes genoemd, elk met een eigen karakter. De eerste flush in het vroege voorjaar levert de meest delicate infusie op. De tweede flush, geoogst in mei en juni, wordt het meest geprezen en haalt de hoogste prijzen op de wereldmarkt.

Een deel van het smaaksverschil tussen Assam en Darjeeling is terug te brengen tot de theeplant zelf. In Assam groeit overwegend de grootbladige tropische variëteit Camellia sinensis var. assamica. In Darjeeling werken veel tuinen met de kleinbladige variëteit, var. sinensis, of kruisingen daarvan. Beide variëteiten reageren anders op klimaat en verwerking, wat bijdraagt aan het uitgesproken verschil in smaakprofiel. Hoe variëteiten en cultivars het aroma van thee bepalen, lees je in Variëteiten en cultivars: de basis van elk theearoma.

De Nilgiri-heuvels: het zuiden

In de staat Tamil Nadu strekken de Nilgiri-heuvels zich uit op een hoogte van 1.000 tot ruim 2.500 meter. De naam betekent "blauwe bergen" in het Tamil. De thee die hier groeit is helder van kleur, fris van smaak en mild van karakter. Nilgiri-thee wordt veel gebruikt in internationale blends, waaronder Engelse ontbijttheeën.

Het zuiden van India nam in 2024 zo'n 17 procent van de nationale productie voor zijn rekening, met naast Tamil Nadu ook Kerala en Karnataka als producerende staten. Een bescheiden aandeel, maar de zuidelijke tuinen zijn sterk exportgericht en leveren relatief veel aan de wereldmarkt.

Meghalaya en Sikkim: een andere schaal

Niet alle Indiase thee komt van grote plantages met een koloniale oorsprong. In de noordoostelijke staat Meghalaya, ingeklemd tussen Assam en Bangladesh, liggen kleine familiale theetuinen op hellingen tussen 980 en 1.300 meter. De East India Company verkende de regio al in de jaren 1840, maar trok zich terug: de lokale Khasi-gemeenschap verzette zich tegen grootschalige aanplant door buitenstaanders op hun grond.

Dat heeft de regio gevrijwaard van de plantageschaal en de sociale problematiek die Assam en Darjeeling kennen. Een van de weinige Meghalaya-tuinen die internationaal bekendheid heeft verworven is Lakyrsiew Tea Garden, gesticht begin jaren 2000 door Nayantara Linnebank, een Khasi vrouw die haar geërfde grond omvormde tot een biologische microtuin.

De naburige staat Sikkim kiest een vergelijkbare richting. De volledige theeproductie is biologisch gecertificeerd, en Sikkim streeft naar een eigen GI-label. Het is een kleine sector, maar één die laat zien dat kwaliteit en kleinschaligheid in India een volwaardig alternatief vormen voor het bulkmodel.

India in cijfers

India produceerde in 2024 circa 1.400 miljoen kilo thee, wat het land stevig op de tweede plaats zet na China. Het grootste deel van die productie blijft in eigen land: chai is zo diep verankerd in het dagelijks leven dat India zelf één van de grootste theeconsumenten ter wereld is. De export bedroeg in 2024 zo'n 255 miljoen kilo, met als voornaamste afzetmarkten de VAE, Irak, Iran, Rusland en het Verenigd Koninkrijk.

Opvallend is dat India per geëxporteerde kilo minder verdient dan landen als Sri Lanka. De reden: het overgrote deel van de export bestaat uit bulk CTC-thee met weinig toegevoegde waarde. De groeiende internationale vraag naar specialty thee en single-origin partijen biedt de sector een kans om dat te veranderen, maar vraagt tegelijk om een andere aanpak dan waar de grote plantages gedurende decennia op hebben ingezet.

Gratis verzending

Vanaf €50 in BE en NL.

Afhalen mogelijk

In Zonhoven en Hasselt (BE).

Snelle Verzending

Binnen 2-3 werkdagen.

Veilige betaling

Verschillende betaalmethoden.