Naar inhoud

Winkelwagen

Je winkelwagen is leeg

Lama Tea Garden

In Darjeeling liggen 87 officieel gecertificeerde theetuinen. Samen staan ze voor een naam die wereldwijd bekend is wanneer het over thee gaat. Sonam Paljor Lama werkt in diezelfde regio, in de Teesta-vallei. De plantage wordt al bijna een eeuw beheert door zijn familie, op hoogtes tussen 1300 en 1850 meter, met uitzicht op de Kanchenjunga, de derde hoogste berg ter wereld.

De thee van Lama Tea Garden komt echter niet in aanmerking voor die officiële erkenning. Het Geographical Indication-label van de Tea Board of India blijft voorbehouden aan de grote, historische plantages. Kleine grondgebruikers, zoals Sonam, worden uitgesloten.

Een vallei met een lange theegeschiedenis

De Teesta-vallei is één van de oudste theegebieden van Darjeeling. De eerste theeplanten in de vallei dateren van de periode tussen 1841 en 1856. De vallei strekt zich uit langs de Teesta-rivier, op hoogtes tussen 800 en 2000 meter, met in het noorden uitzicht op de Kanchenjunga, op de grens met Sikkim en Nepal.

De theesector in Darjeeling staat al een tijd onder zware druk. De totale productie van de 87 gecertificeerde theetuinen daalde van 10 miljoen kilo een decennium geleden naar 6,5 miljoen kilo in 2022. Oude struiken, klimaatverandering en een langdurige staking in 2017, die de productie dat jaar deed terugvallen naar 3,2 miljoen kilo, hebben de sector verzwakt. Verschillende plantages moesten noodgedwongen hun deuren sluiten: Peshok Tea Garden, de directe buur van Sonams percelen, viel in 2015 stil. 570 arbeiders verloren hun werk.

Van Delhi naar Chota Mangwa, via Nepal

Het verhaal van Lama Tea Garden begon in Delhi, waar Sonam als student een brief van zijn grootvader ontving. Hij kreeg de vraag om terug te keren en in een theetuin te gaan werken. De familie heeft een lange band met de theesector: de grootvader werkte als planter voor de Britten sinds 1932 en legde de basis voor wat later een tuin van 15 hectare zou worden. Voor die tijd werden de heuvels gebruikt voor de teelt van kardemom, een gewas dat in de regio nog steeds voorkomt.

Sonam werkte zich in, maar vertrok uiteindelijk voor bijna 27 jaar naar Nepal. Hij vestigde zich in Fikkal, in het Ilam-district, een streek met een vergelijkbaar klimaat en theecultuur als Darjeeling. Ter plaatse ontwikkelde hij het concept One Farmer, One Tea: hij bezocht afgelegen dorpen, introduceerde mini-fabrieken zodat boeren hun geoogste blaadjes ter plaatse konden verwerken in plaats van het af te voeren naar grote fabrieken. In 2016 richtte hij La Mandala Specialty Tea op. Het familiebedrijf omschrijft zichzelf als de enige volledig koolstof-negatieve theefabriek van Nepal. Hij richtte er een theeschool op, begeleidde studenten uit de hele wereld en zag een twaalftal leerlingen doorgroeien tot zelfstandige theemeesters.

Die jaren in Nepal leerden hem hoe cultuur het karakter van thee kan vormen. Met die bagage keerde hij terug naar Chota Mangwa.

De tuin vandaag

Het landgoed ligt op de zuidelijke hellingen boven de Teesta-vallei, tussen 1300 en 1850 meter hoogte. Op papier is het eigendom verdeeld over familieleden, maar Sonam heeft alle percelen, behalve dat van zijn grootouders, in erfpacht genomen om de tuin te consolideren.

De percelen liggen ingebed in agroforestry: theestruiken groeien tussen de bomen van het omliggende bosland. De bodem heeft er nooit de uitputting gekend van eeuwenlange intensieve plantageteelt, en dat is merkbaar: herten, wilde zwijnen, pangolins, fazanten en een rijke verscheidenheid aan insecten leven zij aan zij met de theestruiken.

Het terrein bestaat uit nieuwere cultivars (waaronder B-157, B-668, T-78 en AV-2), oudere theestruiken van de Chinese variëteit en hybride Assam-struiken. Die laatste zijn al meer dan 90 jaar aanwezig op het terrein. Meer over hoe cultivars de smaak van thee bepalen, lees je in ons artikel over theecultivars.

Sonam werkt zonder chemische bestrijdingsmiddelen, uit overtuiging. Het behalen van een officieel label is geen doel: hij ziet niet in hoe een externe instantie zijn grond, zijn cultuur en zijn manier van werken zinvol kan beoordelen.

De productieruimte is gebouwd van bamboe en klei, maar bevat moderne machines. Voor het drogen en verhitten van de theeblaadjes gebruikt de fabriek geen fossiele brandstoffen. Alle energie komt van lokaal opgewekte waterkracht. Het plukken van de theeblaadjes gebeurt volledig met de hand, door 22 vrouwen uit de omliggende dorpen. Sonam betaalt het dubbele van het wettelijk minimumloon. De fabriek telt vier mannelijke theemakers.

Geen standaard Darjeeling

De meeste theetuinen in Darjeeling volgen gestandaardiseerde verwerkingsprocessen die zorgen voor de typische Darjeeling-stijl: een licht geoxideerde zwarte thee met het bekende muscatel-karakter. Sonam volgt deze weg bewust niet. Hij leerde de verwerking van thee in de Chinese provincies Zhejiang en Fujian, onder begeleiding van professor Tsu. Het is die benadering die hij vandaag toepast in Chota Mangwa.

Het verwerkingsproces wordt aangepast op basis van de kwaliteit en het karakter van de oogst van die dag. Sonam bakt de theeblaadjes traag en op lage temperatuur, zodat ze rijpen over tijd. Dat maakt het zo moeilijk om Lama-thee te vatten in één smaakbeschrijving: de theeblaadjes evolueren, en wat je drinkt hangt af van wanneer je het drinkt.

Een traditie van duizend jaar

Naast zwarte thee en oolong heeft Sonam plannen voor geperste thee. Deze stijl heeft in de regio een geschiedenis van meer dan duizend jaar, maar werd nooit commercieel geproduceerd. Bij geperste thee worden de verwerkte theeblaadjes samengeperst tot een blok of koek. Die vorm maakt het makkelijker om de thee te transporteren en te bewaren. De techniek is vooral bekend in China en Tibet, waar geperste thee eeuwenlang verhandeld werd langs de handelsroutes naar Centraal-Azië.

Die routes liepen ook door de regio waar Sonam vandaan komt. De lokale bevolking dronk sucha, een geperste thee met melk, boter, gerstemeel en zout, nauw verwant aan de Tibetaanse botertheecultuur. Lokale varianten voegden gedroogde boomschors en kruiden toe aan de persing. Die traditie verdween grotendeels, maar Sonam wil haar nieuw leven inblazen met de kennis die hij opdeed in China en Nepal.

De strijd om een naam

Darjeeling verkreeg het Geographical Indication-label in 2004. Het systeem wordt beheerd door de Tea Board of India en garandeert in theorie de herkomst van de thee. In de praktijk wordt het label exclusief toegekend aan de gevestigde grote plantages, verenigd in de Darjeeling Planters Association. Die vereniging verzet zich actief tegen de toewijzing van GI-nummers aan kleine grondgebruikers.

Een federatie van kleine theeboeren in Darjeeling en Kalimpong, met twee à drie familiefabrieken, voert al jaren tegendruk. Sonam vecht zijn uitsluiting juridisch aan. Het is, in zijn eigen woorden, een kwestie van fundamentele rechten.

Lama Tea Garden en Tea Kulture

Sonam verkoopt zijn thee niet aan willekeurige kopers. Hij zoekt mensen die zijn werk begrijpen, zijn cultuur respecteren en bereid zijn tot een langetermijnrelatie. Dat is precies de manier waarop Tea Kulture naar samenwerking kijkt: rechtstreeks, zonder tussenstappen, met aandacht voor wie er achter de thee staat.

Gratis verzending

Vanaf €50 in BE en NL.

Afhalen mogelijk

In Zonhoven en Hasselt (BE).

Snelle Verzending

Binnen 2-3 werkdagen.

Veilige betaling

Verschillende betaalmethoden.